Recensie: Herman van Veen blijft ‘lekker zichzelf’
Twee midweekse avonden was Herman van Veen deze week te zien in Roosendaal. Woensdag- en donderdagavond liet hij zien nog steeds volle zalen te trakteren op shows van hoge kwaliteit.
Hans Puik 03-04-26
In het EKP-gebouw in Roosendaal opent Herman van Veen de avond nadrukkelijk met het thema afscheid. Op zijn kenmerkende lichte toon constateert hij dat je op zijn leeftijd nooit zeker weet of je het einde van de voorstelling haalt. Al na het eerste lied krijgt hij een bos bloemen aangereikt, wat onmiddellijk voor gelach in de zaal zorgt en de toon van de avond zet: licht, zelfrelativerend en tegelijk ontroerend. Daarna neemt hij het publiek mee zijn geheugen in.
Hij vertelt en zingt over herinneringen uit zijn jeugd, bijvoorbeeld aan zijn Franse juf. Via Franse liedjes spreekt hij over haar alsof hij haar een late liefdesbrief schrijft. De persoonlijke anekdotes vloeien moeiteloos over in bredere thema’s. De oorlog komt langs, niet als abstract historisch gegeven maar als iets dat doorloopt tot vandaag. Daarbij merkt Van Veen op dat het nieuws van vandaag vaak lijkt op dat van gisteren en morgen, en dat we in een wereld leven waarin crisis steeds weer terugkeert.
De voorstelling is allesbehalve somber. Hij werkt samen met zijn danseressen in uitgewerkte choreografieën en danst, inmiddels ruim in de tachtig, zelf opvallend energiek met hen mee. Zijn muzikanten en zangeressen krijgen de ruimte, met onder meer een gitaarsolo van Edith Leerkes, een intiem solomoment van Van Veen zelf en een zichtbare rol voor zijn dochter Anne, die op het podium staat.
Zijn familie duikt regelmatig op in zijn verhalen: neef Guillaume wordt genoemd, zijn dochter Anne komt voorbij, en ook zijn dochter Babette – aanleiding om kort bij ABBA stil te staan, waar zij fan van is. Wanneer “Hilversum 3” klinkt, zingt de zaal gretig mee, een gezamenlijk herinneringsmoment aan een andere tijd.
Het programma beweegt zich tussen het speelse en het magische. Het lied “Toveren” komt voorbij, gevolgd door een nummer over een heks, waarbij de danseressen als heksen over het podium bewegen. Er klinkt een Japanse monoloog en een lied waarin de oproep “Zing, speel, dans” centraal staat; precies dat is wat hij met zijn ensemble doet. Steeds weer keert hij terug naar een zin van zijn moeder: “blijf maar lekker jezelf.” Het lijkt een soort levensmotto dat hij op het podium tastbaar maakt. En misschien is dat wel de kracht van zijn voorstellingen, je weet wat je krijgt, Herman van Veen is helemaal zichzelf, en dat is meer dan goed genoeg.

