De cultuurverslaggever
Verhalen over artiesten, theaters, podia en festivals in Zuid-West Nederland en Vlaanderen

Urbanus is ‘zesenzeventig lentes jong en still going strong’

Afscheid nemen bestaat niet, zong Marco Borsato ooit. En wie de carrière van Urbanus volgt, weet dat ook voor hem het woord ‘afscheid’ vooral een dramaturgische mogelijkheid is. Na zijn 'zogenoemde' afzwaaitournee Bis Bis Bis keert de Vlaamse meesterkomiek terug naar de Nederlandse en Belgische theaters met Bes Tof: een 'best of' die nadrukkelijk géén routineklus is, maar een heruitvinding van vijftig jaar podiumkunst. Vrijdagavond bewees hij in de Schouwburg Middelburg dat hij op zijn zesenzeventigste nog altijd 'still going strong' is.



Hans Puik – 20-02-2026 (foto's Franky Schutz)

Op de websites van de theaters kondigde Urbanus zijn nieuwe tour zelf aan met kenmerkende kwinkslag: terwijl velen dachten dat hij na Bis Bis Bis zou stoppen, wilde hij hen “foppen” en toch nog een nieuwe toer opstarten. Hij ging op zoek naar zijn beste sketches en liedjes, om die een hedendaagse herinterpretatie te geven. “Zo wordt het geen Mest Stof maar wel een Bes Tof,” grapte hij – met een rood besje als logo.

Die zelfspot typeert de avond. Bes Tof is een nostalgische reis door een halve eeuw carrière, maar zonder stoffigheid. De klassiekers worden niet louter afgestoft; ze worden licht verschoven, geactualiseerd en soms zelfs onderuitgehaald door hun eigen maker. Urbanus speelt met zijn verleden zoals hij altijd al met autoriteiten speelde: respectvol én rebels tegelijk.

De godfather die zichzelf relativeertUrbanus – geboren als Urbain Joseph Servranckx in 1949 – geldt al decennia als “de godfather van de Vlaamse comedy”. Sinds zijn doorbraak in de jaren zeventig bouwde hij een oeuvre op dat absurd, volks, maatschappijkritisch, anarchistisch en soms ronduit populistisch genoemd werd. Misschien is 'uniek' het meest passende woord.

'Als je niets kent, wordt je recensent', grapt Urbanus in het begin van de show. Ik weet meteen waar ik sta deze avond. Hopelijk leest de komiek zelf deze recensie met een lach op zijn gezicht.


Wie ooit de legendarische shows Urbanus Live (1982), Urbanus in ’t echt (1985), Hiep Hiep Rahoe (1998) of Ik ben een plastiek zakske (2001) zag, herkent in Bes Tof flarden van dat gouden tijdperk. Maar de grap zit hem in de timing: Urbanus weet exact waar het publiek nostalgisch begint te glimlachen – en breekt dat moment dan met een onverwachte wending.


Zijn bekendste liedjes duiken op in een nieuw jasje. Zodra de eerste noten weerklinken van publieksfavorieten als “Bakske vol met stro” of “Hittentit”, klapt de zaal spontaan mee. “Leuk dat u meeklapt, maar ik moet wel de maat zien te houden”, merkt hij droogjes op.

Absurditeit als levenshouding
Wat opvalt, is hoe soepel Urbanus schakelt tussen het kolderieke en het vileine. Een ogenschijnlijk onschuldige jeugdherinnering ontspoort moeiteloos in maatschappelijk commentaar, waarna hij zichzelf weer onderuit schoffelt met een flauwe woordspeling. Zijn mimiek blijft elastisch, zijn timing trefzeker.
Dat hij ooit een afscheidsshow speelde, lijkt bijna een grap op zich. Cabaretiers worstelen vaak met de vraag hoe ze moeten afronden; Urbanus lijkt het einde telkens uit te stellen door het simpelweg niet als einde te beschouwen. Zoals Dick Advocaat meermaals aankondigde dat het “nu echt de laatste klus” was, zo speelt ook Urbanus met het idee van definitief stoppen. Maar waar anderen het menen, maakt hij er theater van.


Publiek van toen én nu
In Middelburg zit een gemêleerd publiek: vijftigers en zestigers die met zijn platen opgroeiden, maar ook jongere bezoekers die via YouTube of via hun ouders kennismaakten met zijn werk. Bes Tof slaagt erin beide groepen te bedienen. De ouderen herkennen hun jeugd; de jongeren ontdekken hoe fris en brutaal die humor nog steeds kan klinken. Hij sluit af met een nieuw nummer met als titel Lapzwans, een ode aan zijn publiek. Een dankbetuiging voor die tientallen jaren dat fans trouw zijn show bezoeken.

Is dit echt de laatste keer?
Blijft de vraag die na afloop in de foyer rondzoemt: is dit dan écht de laatste kans om de Belgische legende in het theater te zien? Urbanus laat het in het midden. Misschien is dat wel de kern van zijn kunstenaarschap: altijd net onder de verwachting duiken, altijd een stap opzij zetten wanneer het publiek denkt hem te doorzien.
Bes Tof is geen epiloog, maar een toegift die uitgroeit tot een volwaardige voorstelling. Het is een viering van vijftig jaar tegendraadse humor, verpakt in zelfrelativering en spelplezier. En zolang Urbanus er zichtbaar plezier in heeft om zijn publiek te “foppen”, lijkt afscheid nemen inderdaad niet te bestaan.


 
 
 
E-mailen
LinkedIn